De muziek uit de klassieke periode wordt gekenmerkt door eenvoudige, zangerige melodieën en veel ritmische contrasten. De klassieke stijl of de klassieke periode ('het classicisme') is niet hetzelfde als klassieke muziek. Met de klassieke stijl bedoelen we de muziekstijl tussen 1750 en 1800. Je herkent ze vast: deze muziek klinkt glashelder en kraaknet. De muziek uit de klassieke periode is veel eenvoudiger en soberder dan de weelderige muziek uit de barok. Maar ze is er niet minder spannend om. Integendeel! Klassieke componisten maken in hun muziek net veel gebruik van contrasterende elementen: zo plaatsen ze bijvoorbeeld een hoekig motiefje pal naast een vleiende melodie.
Op het einde van de barok en met het begin van de klassieke periode verdween het klavecimbel uit het orkest en werd het orkest uitgebreid met hout- en koperblazers en een stel pauken. Zo werd de basis gelegd van het moderne symfonieorkest. De beroemdste orkestmuziek waren de symfonieën van Haydn. Zijn vriend Mozart schreef ook symfonieën, maar componeerde ook prachtige pianoconcerto's.