Het orkest van gisteren tot nu

Denk niet dat een klassiek orkest er steeds hetzelfde uit zag! Pas in het midden van de negentiende eeuw ontstond de bezetting zoals we ze vandaag kennen.

Vóór de zeventiende eeuw

Lange tijd waren er nog helemaal geen symfonieorkesten. De muzikanten en componisten vormden allerlei combinaties van instrumenten. De bezetting van deze groepjes was erg uiteenlopend en vaak een ordeloze mikmak aan instrumenten. Maar je had evengoed orkestjes met alleen maar violen of cello’s. Vaak schreven componisten in hun partituur niet welke instrumenten hun muziek moesten uitvoeren. Zo kon hun muziek door eender welke combinatie gespeeld worden. Muzikanten die deze muziek willen uitvoeren, moeten daarom in bibliotheken onderzoek doen naar welke bezettingen zoal gebruikelijk of mogelijk waren.

De achttiende eeuw

In Frankrijk en Italië ontstonden grote groepen instrumenten, met veel strijkers en een handjevol blazers (vooral hobo’s en hoorns). Daarmee werd de basis gelegd voor wat later het klassieke orkest zou worden. Deze nieuwe combinatie van instrumenten was zo geliefd dat ze rond 1750 in gans Europa nagebootst werd. De faam van deze bezetting werd nog vergroot door de orkestwerken van componisten als Joseph Haydn. Zijn razend populaire symfonieën werden overal in Europa uitgevoerd, en dus werd de bezetting die hij voorschreef, als standaard gebruikt.

Deze orkesten voerden vooral symfonieën uit, vandaar dus de benaming ‘symfonisch orkest’ of ‘symfonieorkest’. Deze orkesten waren helemaal niet zo groot: ze bestonden uit twintig tot dertig muzikanten. Naar het einde van de achttiende eeuw toe werd de bezetting uitgebreid met fluiten, klarinetten, fagotten, trompetten en pauken. De strijkinstrumenten waren er al van bij het ontstaan van het orkest bij. De blazers werden later toegevoegd. Dat komt omdat de blaasinstrumenten steeds beter gemaakt werden. Ze kregen bijvoorbeeld kleppen in plaats van gaatjes en konden zo meer en beter spelen. De vorm van strijkinstrumenten zat wel al meteen goed.

Vanaf de negentiende eeuw 

Componisten voegden na 1800 steeds meer en andere instrumenten toe aan het orkest. Er werd flink wat uitgeprobeerd met nieuwe instrumenten. Als het resultaat goed klonk, deden andere componisten net hetzelfde. Op die manier werden sommige instrumenten (zoals piccolo, Engelse hoorn of harp) opgenomen in de normale orkestbezetting. Zo ontstond omstreeks het midden van de negentiende eeuw de orkestbezetting zoals we die vandaag nog steeds gebruiken.

Sommige componisten doen de gekste dingen met een orkest. Ze experimenteren vaak en graag met nieuwe instrumenten en klankkleuren. Sommigen gebruiken een orkest zonder violen of proberen elektrische instrumenten te vermengen met de klankkleur van het symfonisch orkest. De Belgische componist Luc Brewaeys gebruikte in een van zijn symfonieën zelfs een mazouttank als slagwerkinstrument!