Klassieke muziek vind je overal: in de supermarkt, op restaurant, op radio en televisie. Klassieke muziek wordt ook gebruikt in reclamespotjes en televisieprogramma’s. Ook in films wordt erg vaak klassieke muziek gebruikt.
Jammer genoeg denken veel mensen dat klassieke muziek automatisch ‘moeilijke’ muziek is. Dat komt omdat klassieke muziek geschreven is om stilletjes naar te ‘luisteren’. Klassieke muziek is dus niet zomaar achtergrondmuziek of muziek om op te swingen. Je moet er naar ‘willen’ luisteren. Maar wie z’n oren opent en zich wil laten meeslepen, zal snel genoeg ontdekken dat dat helemaal niet zo lastig is. Klassieke muziek is eigenlijk veel te mooi om moeilijk te zijn. En zeg nu zelf, wie zou nu met opzet ‘moeilijke’ muziek schrijven…? Dan zou zijn muziek helemaal niet meer uitgevoerd worden!
Er zijn heel veel verschillende soorten klassieke muziek, net zoals er erg veel verschillende componisten zijn. In de achttiende eeuw bijvoorbeeld schreven componisten andere muziek dan in de eeuw daarop of daarvoor. Bovendien hebben alle componisten zo hun eigen, persoonlijke stijl. De muziek die Brahms schreef, klinkt bijvoorbeeld helemaal anders dan die van Wagner – ook al leefden ze beiden in dezelfde tijd!
Iemand die graag virtuoze en onstuimige muziek hoort, zal bijvoorbeeld op het puntje van zijn stoel zitten bij een concerto van Liszt. Iemand die liever wegdroomt bij romantische melodieën, is bij Tsjajkovski aan het goede adres. Wie graag een groot en denderend orkest hoort, haalt z’n hart op bij een symfonie van Mahler. Maar… wat goede klassieke muziek écht ‘steengoed’ maakt, is dat ze altijd van alles een beetje is en dus iedereen luisterplezier verschaft!
Klassieke muziek is dus eigenlijk een reuzengrote snoepjeswinkel: door van alles een beetje te proeven, ontdek je de verschillende smaken. Alleen zo zal je ontdekken waar je het meeste van houdt.